Hervonden wereld

Ik ben geschrokken van mezelf afgelopen week. Want ik had niet verwacht dat het me zo zou raken. Dan ben je acht jaar na dato, en dan gebeurt er toch weer iets dat zo onmiskenbaar over het verwerken van ‘dat kanker je overkomt’ gaat, dat ik terug naar dit blog gezogen word. Om het voor mezelf te duiden en het een plek te kunnen geven. En zo meteen ook weer een stukje spiegel achter te laten voor een onbekende ander. Als die later, ooit, hetzelfde voelt. En zo dwaalt in wat het is dat hem overkomt dat hij naar blogs zoekt, of wat dan ook in de spiegel van kanker te lezen.

Het gaat over verwerken dat kanker nu eenmaal impact op je leven heeft, juist ook sporen achterlaat waar je het niet verwacht. Omdat kanker niet alleen in je lichaam gaat zitten, maar ook stukjes van je leven opvreet. Over dat je wel kunt beslissen ‘ermee te willen leven’, maar dat dat niet zegt dat je helemaal verwerkt hebt dat sommige gevolgen blijven.

Soms zit er ineens een barstje in dat verder leven. Als je tegen iets aanloopt dat nu anders is dan ‘ervoor’.

En dan voel je het weer. Hoe kanker je toen heeft opgevreten. Hoe weerloos dat vechten was. Kanker blijft een ziekte die dat wat zo vanzelfsprekend voor je was op zijn kop heeft gezet, onderuit haalt, en aan je zelfvertrouwen knaagt. Ook in waar je het niet verwacht. Niet alleen in je lijf. Niet alleen in je sociale contacten. Niet alleen in je werk. Maar in alles wat je doet. Je gewoonten, je hobby’s, je zijn. Het vreet je op. Om je daarna weer vrij te laten, op zoek naar wie je ook al weer was. Op zoek naar herwonnen werelden. Zodat je die stukjes verloren zelf weer terug kunt vinden, of opnieuw opbouwen.

‘Gewoon’ op zangles
Ik had me afgelopen zomer opgegeven voor zangles in kleine groep. Een paar lessen, het leek me goed om mezelf te helpen die hobby die maar op de plank bleef liggen weer eens op te pakken. Nog eens een keer proberen. ‘Omdat het toch zo belangrijk voor je was.’ Ooit. Het was een rationeel besluit geweest, in een opwelling. En werd iets waar ik, met start na de zomer, intussen aardig tegenop was gaan zien.

Toen ik een aantal jaar geleden, na ‘kanker’ en ‘na chemo’ weer naar een koor zocht om mee te zingen was ik behoorlijk geschrokken over het geluid dat uit mijn keel was gekomen. Mijn stem was hoger geweest dan ik gewend was, mijn bereik groter, maar mijn techniek waardeloos. Ik zong vals. Ik snerpte en piepte. Ik vloog uit de bocht met mijn stem, zonder controle. Ik kon mijn eigen muzikale gehoor en intuïtie niet meer vertrouwen. Ik was mijn pitch kwijt. Ik wist niet meer feilloos dat wat uit mijn keel kwam overeenkwam met wat ik hoorde of probeerde te doen. Ik realiseerde me dat de spieren die ‘zingen’ mogelijk maken, net zo verslapt en verdwaald waren als alle andere spieren in de rest van mijn lichaam. Na chemo. Die spieren had ik alleen in tussentijd getraind in revalidatie programma’s als herstel en balans. Van die spieren wist ik dat ik er wat te doen had. En dat had ik intussen ook gedaan.

Ik was juist zo blij dat die periode van opbouw weer achter me lag. Ik wilde dat niet weer, opnieuw. En zeker niet met dit.

Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Zingen was voor mij iets wat me ontspanning bezorgde. Maar iets wat je ineens niet meer kunt, voor mijn gevoel dan in ieder geval, is niet bepaald een ontspannen bezigheid. Het maakte me onzeker, verdrietig, en vooral ook machteloos. Ik was alle controle kwijt over iets wat ik zo onder controle had gehad. Iets wat voor mij juist zo vrij had gevoeld omdat het zo totaal vanzelfsprekend was om het te doen. Want ik heb als jong kind al leren zingen.

Hoe doe je dat, opnieuw beginnen, bij iets wat vanzelfsprekend was?
Ik kon niet terugvallen op zangles en zangtechniek die bewust in mijn systeem zat. Zoals ik dat met andere ‘verloren dingen’ wel had kunnen doen. Ik had ooit wel uitleg gehad over ademsteun en weet ik veel wat voor kennis allemaal niet. Maar dat was allemaal uitleg geweest na afloop, over iets wat ik al deed of had gekund, en dat me alleen maar bevestigd had in dat ik er best goed in was. Ik had die uitleg nooit gebruikt om iets te leren wat ik nog niet kon. Dus ik had geen flauw idee wat ik nu moest doen om weer wat controle terug te krijgen. Met de staart tussen de benen vertrok ik van het koor. Na een half jaar vergeefs proberen het weer leuk te gaan vinden. Om er niet meer terug te keren.

Iets van een jaar later was het kerst. De periode waarin ik vroeger, in de kerk, in het koor allerlei liedjes zong die voor mij zo platgezongen waren, dat ik freewheelde door alle partijen heen. Stiekem in extra akkoorden gaan hangen, als alt lekker tegen de sopraan of tenor aanschurkend, wisselend meezingen van de ene partij op de andere. Dan weer even de rampampam van de bas meepikkend, en ergens anders met die valse kopstem die vreselijke sopraan eruit piepend omdat die partij amper tot volume kwam. Ik miste de humor, de lichtheid, dat zelfvertrouwen. Er kwam een uitnodiging voor een nieuwe voorstelling voorbij waarin ‘die man van Top 2000 a gogo’ zijn verhalen deelde aan de hand van kerstnummers. Ik haalde een paar vrienden over en ging. Voorzichtig zong ik die avond mee in de massa mensen. Had weer even diezelfde vrijheid terug. Totdat ik mijn stem zo hard de bocht uit voelde schieten, dat ik weer stond waar ik het jaar daarvoor bij dat koor had gestaan. Ik kon het niet meer. Ik kon het gewoon echt niet meer zo vanzelfsprekend.

Zo weinig zelfvertrouwen dat het niet meer leuk was
Weer wat later kocht ik een auto. Voor mij was dat een startschot. Eindelijk een omgeving waarin ik zonder dat wie dan ook me horen kon mee kon bleren met de nummers. Op zoek naar hervonden zelfvertrouwen in mijn stem en stembanden. Hoewel ik voelde dat mijn stembanden erdoor weer wat getrainder raakten, vond ik het niet terug. De vanzelfsprekendheid. De vrijheid. Het plezier en zelfvertrouwen. Het van binnenuit weten dat wat ik probeerde ook uit mijn mond zou komen. Het meezingen in de auto werd niet de gewoonte waarop ik stiekem gehoopt had. Mondjesmaat zong ik af en toe een bekend nummer mee als ik het liedje op de radio van vroeger kende. Maar het bleef vooral een verrast zelfonderzoek over wat er nu weer met mijn stem gebeurde, waar ik dan weer opeens uit de bocht vloog, of tot mijn verrassing zonder knijpen bij kon. Iets wat in het verleden nooit zo was geweest. Ik miste het spelen met mijn stem en de ontspanning die ik van zingen kende. Wat zingen voor mij was. Ik was en bleef de controle kwijt die ik zo vanzelfsprekend had gehad. En daardoor was het eenvoudigweg niet meer zo leuk en licht als het voor mij hoorde te zijn.

Tussendoor kwamen er via werk of doordat iemand me erop wees af en toe nog wel ineens momenten voorbij waarop ik uitgenodigd werd te zingen. In een workshop. Of een open zangavond. Ik merkte dat het beter ging, dat ik het weer leuker vond, dat de ontspanning weer wat meer op de loer lag. Maar ik vertrouwde mezelf nog niet. Ik geloofde mijn gehoor niet meer. Wist niet zeker of wat ik zong wel goed was. Niet te hard, niet te schel, niet te geforceerd, of er totaal naast.

Elke blik die ik uit de ogen van een ander zag komen, gaf me een gevoel van twijfel. Of ik misschien de aanleiding was van het oordeel dat ik als vanzelfsprekend in hun ogen las.

En toen kwam dus de zangles voorbij waar ik me begin van de zomer voor opgegeven had. Start in de herfst. Nu dus.

Kramp
Ik ben echt geschrokken van hoe heftig die ervaring was. Onder de indruk van het gevoel dat me overkwam. Niet omdat het leuk was, niet omdat het ging. Niet omdat het goed was, of omdat ik het weer kon. Ik heb gevangen gezeten in een soort verkramping die les. Opgesloten in de verstilling van aan de rand van een wereld staan die niet meer de mijne was. Op een deur kloppen die niet opengaat, van waarachter de geluiden komen waar ik bij wilde zijn. Zoekend naar mezelf. Zoekend in mezelf. Het was maar een uur, die les. Het was helemaal niet zo goed gegaan. Dat is helemaal niet wat me zo geraakt heeft. Waardoor ik nu zoek naar woorden om het vast te kunnen pakken.

Wat me zo geraakt heeft, is wat het met me deed. Ik had trillend op mijn benen gestaan. De rauwe emotie van verslagenheid in mijn ogen. Mijn stem beefde alsof hij nog nooit geluid had gemaakt. Ik was net zo’n pasgeboren veulen dat voor het eerst trillend op zijn benen gaat staan. En toen ik wegliep, na afloop, was het alsof ik uit mijn eigen tijdlijn was gerukt. Er trok een film aan herinneringen aan me voorbij die allemaal door elkaar liepen. Het kostte me zeker een kwartier om me te realiseren dat ik nu een veertiger ben, en niet de tiener of twintiger of dertiger die bij dat gevoel van die stem hoorde. Ik had om me heen naar de gezichten van mensen gezocht die ik al lang niet meer om me heen heb. Met wie ik dat gevoel van zingen ooit gedeeld heb. Dat ik blijkbaar weer had gehad. Mijn brein had een reeks ervaringen vrijgegeven, uit mijn geheugen. Als een te volle kast waarvan de deur wordt opengerukt en de inhoud zonder rem naar buiten dondert.

De poort naar wat ik kwijt was was terug open gezet. Zonder dat ik dat aan had zien komen.

Opnieuw opbouwen, of toch niet
Kanker vreet je op. Het is een ziekte die je opvreet. Die alles wat vanzelfsprekend voor je is aantast en aanpakt. De behandelingen vegen je leven onderuit. Het pakt je in je zekerheden. Tegelijkertijd confronteert het je en geeft het je een essentie en bewustzijn terug, dat je zonder die ziekte zo snel niet geleerd zou hebben. En die twee dingen samen. Als je na kanker, weer doorgaat. En stukjes van jezelf hervindt. Dan is het alsof je midden op het strand staat. In de blauwe lucht. Met je hoofd in de zon. De beukende wind die je haren laat wapperen en je oren verdooft. Al je zintuigen op scherp, zonder dat het op scherp staat. Omdat het je overkomt. Dat stukje wereld dat je hervindt.

Maar het is ook dat gevecht jezelf. Die keuze elke keer weer. Of je het aangaat, dat stukje van jezelf terug opbouwen dat ooit zo vanzelfsprekend was. Of dat je het laat.

Ik heb geen idee of ik echt weer ga zingen. Of ik ooit weer terugkom waar ik stond. Want het blijft een ding dat ik training nodig heb om iets weer opnieuw te leren. Om weer bij het zelfvertrouwen en de vanzelfsprekendheid uit te komen dat ik het kan. Juist dat gevoel van weten dat de controle er is is wat zingen voor mij zo vrij maakt. Léren zingen is mijn hobby zeker niet. Dus ik weet het niet, of ik het opnieuw leren leuk genoeg vind om het vol te houden. Maar ik ga het in ieder geval weer even proberen.

Advertenties

Over Www.overwegmetkanker.nl

Over sommige aspecten rond kanker wordt veel gepraat en gedeeld. Met je omgeving, of met andere kankerpatiënten. Zoals de impact van het verlies van je haar, het ziek worden van de chemo, de strijd en de kracht die je voor de ziekte nodig hebt. Er zijn ook heel wat kleine en grote dingen die we niet delen. Of die we veel te weinig delen met de mensen om ons heen. Meestal omdat het voor onszelf ook niet helder is. Het gevolg is dat iedere kankerpatiënt zelf opnieuw het wiel uit moet vinden, in wat helpt tegen die bijwerkingen en klachten. Op deze pagina's zijn tips en ervaringen van kankerpatiënten verzameld over het hanteerbaar maken van de gevolgen van kanker. Om andere patiënten herkenning te bieden, om hen een handvat te geven, en om het makkelijker te maken er met je omgeving over te praten. Zodat je het beter uit kunt leggen, en dus ook betere hulpvragen kunt stellen.
Dit bericht werd geplaatst in Kanker, Mentaal, Verwerking en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s