Echt

Ik zie ons zo nog zitten. Ik denk dat ik anderhalf jaar op weg was. Anderhalf jaar na mijn diagnose, en ongeveer een jaar na die van mijn (nu ex)partner. Haar blik in reactie op mijn woorden, snijdt nog steeds door me heen. Ik herinner me vooral hoe klem ik zat. De combinatie van mantelzorger en kostwinner zijn, en tegelijkertijd moeten herstellen van chemo, moeten wennen aan wat hormoontherapie met me deed, re-integreren, van uitslag naar uitslag leven in de ziekte van mijn partner. Het was mijn realiteit en ik vond het doodnormaal dat ik me daaruit redden moest. Want ik kon het me ook niet permitteren om in te voelen hoe heftig of hoe onrechtvaardig die combinatie eigenlijk wel niet was. Er was namelijk maar één antwoord op die situatie, en dat was het volhouden. Ik was de rots waar ons huis op stond. Ook al was het een rots vol gaten door mijn eigen behandelingen.

Ik zag mijn vrienden te weinig, maar had ook moeite bij hun levens aan te haken als ik ze wel zag. Het leek er bij sommigen op dat hun oplossing voor het ongemak van mijn leven, was op me te wachten totdat ik in staat was om weer ‘normaal’ en als vanouds mee te doen. Dat sloot aan op mijn eigen oordeel, dat ik ‘het’ ook achter me moest kunnen laten op de momenten dat het er letterlijk niet was. Ik beschouwde de momenten waarop ik ‘door kon leven zonder dat mijn ziekte nog impact op mijn leven had’ als onmisbare tekenen van opbouw en herstel. Dat ik vooruit ging. Ondanks alles.

Gewoon meedoen werd dus iets wat ik wel probeerde, maar het leidde meestal tot een soort vervreemdende staat van zijn. De koetjes en kalfjes waar over gepraat werd voelden zo onwerkelijk in vergelijking met mijn situatie thuis. Iets waar ik wel eens een zin over losliet, maar waar doorgaans overheen werd gepraat. Het was iets wat de gelijkwaardige sfeer aan tafel onmiddellijk deed verstommen. Als ik wel het woord nam, kantelde het gesprek naar ‘de sterke patiënt in gesprek met bewonderaars, die levenslessen trokken uit mijn verhalen’. Ik haatte dat voetstuk. Of het werd een gesprek tussen ‘de worstelende patiënt en haar bevriende coaches’ vol adviezen die ik aangreep als oplossingen en opdrachten. Maar noch die lessen, noch die oplossingen en opdrachten maakten mij ‘beter’. Wel sterkten die adviezen mijn gevoel dat ik het achter me moest kunnen laten.

Tegelijkertijd leidden het gebrek aan echt contact en mijn angst om tegen hen te zeggen hoe eenzaam ik me in hun gezelschap voelen kon, tot een mengeling van boosheid en teleurstelling. Ik nam het echter liever mezelf kwalijk, dan hen. Ik vergoelijkte dat ze het niet zagen. Dat ze mij niet echt zagen. Ze konden er niets aan doen, vond ik. Het was aan mij om dat te dragen. ‘Je moest in schoenen als de mijne staan om het in te kunnen voelen, en je gunde het niemand om daar te staan.’ Of ‘mensen hebben het recht om hun geloof in de maakbare wereld zo lang mogelijk vast te houden.’ Of ‘het was niet rechtvaardig als ik hen die onschuld afnam. Als je het kwijt bent, krijg je het nooit meer terug, en met die naïviteit mogen leven, is het mooiste wat er is’.

Zinnen die als ik ze aan mezelf uitlegde stukken beter klonken dan ik in werkelijkheid dragen kon. Want ik miste in die gesprekken iemand op wie ik leunen kon, iemand die me juist wel hielp met voelen en verwerken hoe het was. Iemand die afleiding bood, naast de realiteit van een kutleven, in plaats van omdat de realiteit van dat kutleven er niet meer hoorde te zijn. Ik had hen zo nodig in de spagaat waarin ik zat. Om het vol te houden. Af en toe gezellig afspreken omdat dat is wat wij altijd al samen deden; het was niet genoeg.

Dus zat ik daar, tegenover de vriendin met wie ik het contact dreigde te verliezen. Die ik te weinig zag. Die te weinig over zichzelf vertelde. Die in tussentijd verliefd was geworden. Bezig was met samenwonen. Nog altijd worstelde met dezelfde dingen die we vroeger altijd deelden als ze ons ongelukkig maakten (ontevreden over werk bijvoorbeeld). En met wie ik onvoldoende had meegeleefd. Ik wist niet hoe het met haar ging omdat ik het te weinig vroeg. Ik vroeg het te weinig omdat ik teveel in mijn eigen cirkel zat, en zij er uit zichzelf niet voor zorgde dat ik in haar agenda stond. Ik sprak naar haar uit hoe schuldig ik me daarover voelde. Hoe ik me schaamde, dat ik verzuimd had met haar mee te genieten op die mooie momenten. Te weinig oog voor het leuke van het leven had gehad. Dat ik het gemist had, en zo graag mee had willen leven.

Ze verstomde. Ze viel me in de rede, of probeerde dat, omdat ze me tegen wilde houden in wat ik aan het zeggen was. Maar ik was zo bang haar kwijt te raken, dat ik doorging met praten. Ik zal nooit weten wat ze toen had willen zeggen. Het enige wat ze tussen mijn woordenstroom in wist te persen, was die ene zin, ‘dat ik toch de laatste was die dit zichzelf aan zou moeten trekken’. Een zin die ik niet ontvangen kon. Want als ik losliet. Als ik stoppen zou met die verantwoordelijkheid te dragen. Stoppen zou in mijn pogingen om de kloof tussen mijn leven en dat van mijn vrienden op te lossen. Dat zou zoveel meer pijn doen dan ik dragen kon. Ik zal de pijnlijke blik in haar ogen nooit vergeten. Die blik waardoor ik wist dat ze het begreep, maar ook niet op kon lossen.

Ergens in die periode heb ik conclusies getrokken over ‘hoe mensen zijn’. Dat het nu eenmaal ontzettend moeilijk is om met mensen mee te leven. En het makkelijker is om uit te stellen, dan voor ander gedrag te kiezen, als je twijfelt wat te doen. Dat het leven je voortjaagt. Dat er vanuit jouw eigen realiteit altijd redenen zijn die ervoor zorgen dat je met oogkleppen op doorrent, of je terugtrekt in je huis met je gordijnen dicht. Ieder leven bevat voldoende redenen om vooral bezig te zijn met doorgaan, variërend van een agenda die te vol is en er niet tegen kunnen om stil te zitten, tot nare gebeurtenissen als het overlijden van je oma, werk dat je teveel belast, een kwal van een partner, of gewoon, neerslachtigheid, omdat het leven zelf al zwaar genoeg voor je is. En dan heb je nog die driemiljoen redenen waarom je jezelf niet belangrijk genoeg vindt, denkt dat een ander niet op je zit te wachten, of hoopt dat er een ander is die het veel beter doet dan jij. Ik was geen haar beter voordat ik ziek werd. Ik was geen haar beter toen ik ziek was. En ook nu, vraag ik me af, of ik een haar beter ben, dan ik ben. Mensen zijn niet sterker dan zichzelf. Mensen verliezen van zichzelf. In de vriend die ze voor een ander zouden willen zijn. In wie ze zouden willen zijn.

Afgelopen periode ben ik weer afhankelijk geweest van mijn vrienden. Door mijn operatie. Toen ik ‘na kanker’ weer écht beter was, heb ik veel met hen gepraat over de onmacht en het onvermogen van de eenzaamheid die achter me lag. Ondanks de contacten die in stand waren gebleven. Ik had ervan geleerd. Dat je veel meer dan ik van nature doe moet aangeven wat je nodig hebt. Dat je om hulp moet vragen. Opdrachten moet durven geven. En daar leerden zij weer van. Dus dat is ook wat ik deed voordat mijn operatie kwam. Mensen vragen aan me te denken, langs te komen. Toch waren er ook nu weer een aantal die stiller bleven dan ik had verwacht. Het maakte me teleurgesteld in mijn vermogen om het anders te laten verlopen, ondanks de lessen die ik had geleerd.

Ik weiger, pertinent, te doen wat veel anderen daar zo makkelijk over zeggen. Dat ik die mensen op moet geven. Die mensen zijn belangrijk voor me. Er zijn zoveel momenten waarop we gelijk optrekken. Met elkaar kunnen delen wat belangrijk voor ons is. Bij hen kan ik, àls we elkaar wel zien, altijd ‘echt’ zijn, en zij kunnen echt bij mij zijn. En hun ‘echt’ is nu eenmaal dat ze hier slecht in zijn. Een vriendin die juist goed blijkt in ziek zijn, die ik door afgelopen maand nog wat meer koester dan ik al deed, zei in reactie op mijn teleurstelling dit tegen me: ‘Je moet er niet van uitgaan dat je alles met mensen kunt delen. Met de een doe je het ene, met de ander het andere. Iedereen klikt in iets anders met je. Het gaat erom dat je gaat zien wanneer je wie graag om je heen hebt. Wie er goed in is om op dat moment bij je te zijn. Je hoeft hen niet te laten vallen omdat ze slecht zijn in ziek zijn. Je hoeft alleen maar te zien wanneer je het wel goed met hen hebt. En nu gewoon tevreden zijn met de mensen die het wel blijken te kunnen’.

Gelukkig waren er afgelopen weken genoeg mensen die het bleken te kunnen. Ook nu staan er weer vrienden op die me uitnodigen om weer bij het gewone leven aan te sluiten. En dat stelt me nu gerust. Zoals een van hen op mijn ‘nee, ik baal ervan dat dat nog niet gaat’, antwoordde, het betekent ook: ‘ik vergeet je niet. Volgende keer nodig ik je gewoon weer uit om mee te doen. Net zo lang tot je wel kunt komen’. En ook dat heb ik nodig. Iemand die begrijpt hoe makkelijk het is om elkaar kwijt te raken. En die er daarom voor zorgt dat ik een hengel heb waar ik naartoe kan kruipen. Als het zover is dat ik weer mee kan doen.

Mensen verliezen niet alleen maar van zichzelf. Mensen verliezen van de opdracht die jij hen geeft, zonder het te zeggen. Of zonder eerlijk te kijken naar wie ze eigenlijk zijn. Dat maakt het onmogelijk voor hen om de vriend te zijn, die ze zouden kunnen zijn. Daardoor kunnen ze niet zijn wie ze echt zijn. En dat durven ze niet uit te leggen. Want ze willen je niet kwijt.

stillestorm-overwegmetkanker

—————-
Wil je meer lezen over wat kanker met jou en je omgeving doet en hoe lastig het kan zijn daarover te praten? Kijk dan ook eens op overwegmetkanker.nl naar ‘Impact van kanker‘.

Advertenties

Over Www.overwegmetkanker.nl

Over sommige aspecten rond kanker wordt veel gepraat en gedeeld. Met je omgeving, of met andere kankerpatiënten. Zoals de impact van het verlies van je haar, het ziek worden van de chemo, de strijd en de kracht die je voor de ziekte nodig hebt. Er zijn ook heel wat kleine en grote dingen die we niet delen. Of die we veel te weinig delen met de mensen om ons heen. Meestal omdat het voor onszelf ook niet helder is. Het gevolg is dat iedere kankerpatiënt zelf opnieuw het wiel uit moet vinden, in wat helpt tegen die bijwerkingen en klachten. Op deze pagina's zijn tips en ervaringen van kankerpatiënten verzameld over het hanteerbaar maken van de gevolgen van kanker. Om andere patiënten herkenning te bieden, om hen een handvat te geven, en om het makkelijker te maken er met je omgeving over te praten. Zodat je het beter uit kunt leggen, en dus ook betere hulpvragen kunt stellen.
Dit bericht werd geplaatst in Borstkanker, Kanker, Mentaal, Vriendschap en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s