Deelgenoot op een Dakterras

Ik zit onverwachts ineens weer naast haar. Een spontane borrel bij een collega thuis. Zomeravond op een dakterras. Ik heb haar ruim een half jaar niet gezien. Ze vertelt boos, gekwetst, over het controlegesprek waar ze naartoe moet. En hoe haar dat ontregelt. Wéér. Terwijl ze zo graag wil vergeten. En vergeten mocht. Want de vijf jaar zijn al lang verstreken.

Ik heb haar leren kennen als collega, voordat ik ziek werd. Hoewel ik haar niet goed kende, schreef ze me, toen ik ziek werd. Omdat zij weet hoe het is. Ze is nu tien jaar verder. Ik op weg naar zes. Mijn leven haalt steeds haar verhalen in. Wat ik haar heb horen vertellen, ook al spreek ik haar niet vaak, blijft altijd bij me. Als ik op het moment kom waar zij was, draag ik haar wijsheid met me mee. Voorbereid. Ik weet dat ik haar help verwerken. Loslaten. Door herkenning achteraf.

Ik herken in haar de overlevingsdrang, de strijd met het dragen van de gevolgen, de wens te ontkennen, het verdriet als ze toch toe moet geven dat het blijft. Het van binnenuit wéten dat je moet genieten. Het boze om het stomme. Het stille om het kwade. Het verzet en recalcitrante, in alles waarvan je zelf niet weet. Bewust en onbewust. Hoe het je drijft. Ook als je het zelf even bent vergeten.

Ze is een spiegel waar ik soms even in kijk. En ze kijkt bijna altijd terug. De herkenning die onder onze verhalen ligt, raakt altijd. Ook als het niet over kanker gaat, is het er. Het verbindt ons. In hoe we omgaan met de uitdagingen van onze levens, die zo verschillend zijn, is er altijd die gemene deler. Die drang van overleven. Die trots, omdat we staan waar we zijn. De pijn, omdat we best met een ander hadden willen ruilen. Het weten dat we niet sterker dan die ziekte zijn, maar daardoor wel al jong hebben leren leven. En ook in het delen, omdat we weten dat de ander herkent wie we zijn, maar ook geleerd heeft niet te projecteren. De ander ruimte en respect voor zijn eigen weg te geven.

Dit keer vertelt zij. Ze vertelt over haar strijd met haar arts, die haar extra controles wil geven. Niet voor de kanker die ze had, maar voor de late gevolgen: haar vorm van kanker staat erom bekend dat hij een vergrote kans op andere, nieuwe kanker geeft. Terwijl ze vertelt over de onmacht om haar arts te laten begrijpen waarom ze dat niet wil (en ik in stilte de opluchting een plek geef dat dat voor mijn kanker minder geldt), ligt die werkelijkheid daaronder stilletjes op tafel. Het niet meer bang willen zijn. De teleurstelling, van het denken dat je ‘gewoon’ verder mag, en dan toch, wèèr terug worden gefloten. De boosheid op je arts, om het verleden, waarin hij steken heeft laten vallen. Om de band van afhankelijkheid die je met hem hebt. En de haat en nijd, en het respect, die je met hem verbinden. Om al die andere momenten waarop hij ècht was in gesprek. Of het wèl heeft uitgelegd. En je leven heeft gered.

Daarna vertel ik. Over de keuze in behandelingen die ik heb te maken. Over de zoektocht. Over het effect op lange en korte termijn. Over hoe die kansen tegenstrijdig zijn. Niet qua overleven, dat is het hem juist. Ik mag er weer van uitgaan dat ik ook honderd kan worden. En de ene keuze verbetertvmijn kwaliteit van leven op korte termijn, de andere op de lange. Het is dus òòk moeten kiezen tussen twee kwaden. Over het wikken en wegen van het vertrouwen in de woorden van mijn artsen. En hoe mijn artsen mij daarin begeleiden. Ook ik praat over die band met mijn oncoloog en gynaecoloog. Bewust van dat verleden, die afhankelijkheid en die onredelijkheid die in de onmacht ingebakken zit, van zoveel slecht nieuws aan hebben moeten horen. En hoe dat gekoppeld is geraakt aan de persoon van je artsen. Mijn collega benoemt hoe bizar het is, die band. ‘De meest intieme die je hebt, eigenlijk, in alles wat je met hen hebt moeten bespreken. Wat zij van je hebben gezien. En de zorg die je hen uit handen moet geven. Over je (kwaliteit van) leven.’

Terwijl ik door haar woorden mijn beeld in haar spiegel helder zie worden, leg ik haar uit, hoe ik het ga doen. Mijn besluit nemen. Het helpt me om die ene waarheid als uitgangspunt te nemen: ‘Ik weet dat veel patiënten zich verzetten tegen de gevolgen van hun behandelingen. Maar ik wil niet in die kramp leven. Het ís al gebeurd. Ik heb niet alleen kanker gekregen, maar met die ziekte ook behandelingen met gevolgen. Die gevolgen zijn een feit. Niet te vermijden. Als ik me blijf verzetten tegen dat dat me is of kan overkomen, probeer ik mijn verleden uit te wissen. Dat kan helemaal niet. Ik wil niet de komende tien jaar zwaarder maken, omdat ik niet erkennen wil dat de afgelopen tien jaar zwaar zijn geweest. Het is het hébben gehad van kanker, waar dit uit volgt. De ziekte doet dit. Niet de behandelingen.’

Ze valt stil terwijl ze in mijn spiegel kijkt. Het confronteert. Zegt ze letterlijk. Om ons heen raakt ons gesprek vervolgens afgeleid. Het is immers een borrelzomeravond. Wat verward verbinden we die andere realiteit met die van gezelligheid. Het gesprek verdwijnt op de achtergrond.

Inmiddels twee dagen later, glanst de spiegel na.
Ik voel me door haar verhaal sterker. In het beslissen hoe het moet. Doordat ik de band met mijn artsen, en wat dat met me doet, even op afstand heb bekeken.

Ik ben benieuwd wat zij gaat beslissen over haar controles. Hoe het gesprek met haar arts, waar ze zo fel over was, zal verlopen. Nadat zij in mijn spiegel heeft gekeken.

Advertenties

Over Www.overwegmetkanker.nl

Over sommige aspecten rond kanker wordt veel gepraat en gedeeld. Met je omgeving, of met andere kankerpatiënten. Zoals de impact van het verlies van je haar, het ziek worden van de chemo, de strijd en de kracht die je voor de ziekte nodig hebt. Er zijn ook heel wat kleine en grote dingen die we niet delen. Of die we veel te weinig delen met de mensen om ons heen. Meestal omdat het voor onszelf ook niet helder is. Het gevolg is dat iedere kankerpatiënt zelf opnieuw het wiel uit moet vinden, in wat helpt tegen die bijwerkingen en klachten. Op deze pagina's zijn tips en ervaringen van kankerpatiënten verzameld over het hanteerbaar maken van de gevolgen van kanker. Om andere patiënten herkenning te bieden, om hen een handvat te geven, en om het makkelijker te maken er met je omgeving over te praten. Zodat je het beter uit kunt leggen, en dus ook betere hulpvragen kunt stellen.
Dit bericht werd geplaatst in Behandelingen, Bijwerkingen, Borstkanker, Kanker, Leef, Vriendschap en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s